Mijn eigen spraakapparaat ontregel ik vanwege een scheve verlegenheid die ik zelf ook niet kan verklaren.

Ik praat met mensen die ik nauwelijks ken. Ik bel instanties. Ik voer gesprekken. Ik leg dingen uit. Ik kan enthousiast vertellen over iets waar ik mee bezig ben en als het nodig is, kan ik zelfs behoorlijk uitgebreid - ja, zelfs grappig - uit de hoek komen.
Tegen volmaakt vreemden.

Maar zet mij tussen familie.
Of tussen mensen die ik al twintig jaar ken.

En ineens denkt mijn brein:
Leuk. Zullen we nu even vergeten hoe praten werkt?

En tjakka, daar doemt mijn aangeboren verlegenheid plots weer op

Blijkbaar was ik vroeger erg verlegen, een muurbloempje. Durfde ik niet al te grappig uit de hoek te komen, oftewel, was ik een onopvallende verschijning, die die stomme verlegenheid de rest van haar leven heeft geprobeerd te vergeten. Want elders, was het immers niet langer nodig. Elders, moest ik wel.

Maar let's face it, waarschijnlijk ben ik gewoon té bewust.
Ik wil indruk maken. Ik wil punten scoren. En ja, ik wil vooral niet over het hoofd gezien worden.

Allemaal lessen die ik mezelf in de loop der jaren heb aangeleerd.

Misschien moet ik mezelf wat minder serieus nemen, en meer spelenderwijs een gesprek leren voeren, en dat met name met di family.

Toch dwing ik mezelf - desnoods met die haperingen en hese stem - dat gesprek te voeren.
Maar in plaats van dat ik me herinner dat ik gesproken heb, herinner ik me - achteraf - alleen dat gecompliceerde.

Misschien is dat nu juist niet dat kleine dingetje.
Niemand die er ooit nog bij stilstaat achteraf. Men gaat immers door met zijn leven. Is het hen niet eens opgevallen?

En eerlijk gezegd heeft het ook iets komisch, want voor mij is een gesprek toch dat dingetje.
Misschien is dat best een beetje stoer....